JACQUELINE VAN QUAILLE

In Memoriam

Jacqueline Van Quaile die op de internationale website operanostalgia.com ‘La diva delle Fiandre’ ( de Vlaamse diva) wordt genoemd, werd geboren te Gentbrugge op 6 oktober 1936. Ze studeerde aan het Koninklijk Muziek- conservatorium te Gent zang bij Mevrouw Teugels en lyrische kunst bij opera- directeur Karel Locufier. Na het voltooien van haar studies in 1957 startte ze al heel vlug met optredens bij het West Vlaams Operettegezelschap te Kortrijk en Roeselare en ook aan de Koninklijke Opera te Gent als Pamina in Die Zauberflöte. Gent werd haar vaste stek, ze zong er met heel veel succes het Frans en Italiaans repertoire zoals Guillaume Tell (met Tony Poncet); Otello,Traviata (heeft ze ingestudeerd bij de Gentse sopraan Vina Bovy), La Forza del Destino, La Fanciulla del West en vooral haar glansrol La Tosca, maar ook behoorlijk wat operette zoals Das Land des Lächelns, Die Lustige Witwe, Der Zigeunerbaron (met Cesare Curzi en Rudolf Schock).

Maar het buitenland roept, eerst krijgt ze nog de Koning Boudewijnprijs in Verviers en dan verwerft ze een vast contract in Wuppertal, ook gaat ze in 1963 in Parijs optreden bij de creatie voor Frankrijk van  Doktor Faust (Ferruccio Busoni) in het Théâtre des Champs Élysées, waar ze het affiche deelt met o.a.Mario Del Monaco,die daar een concert kwam geven. In Frankrijk krijgt ze ook nog optredens in Nice, Besançon, enz. In Frankfurt zingt ze Chrysothemis naast de Elektra van Astrid Varnay. Na drie jaar in Wuppertal contracteerde Graz in Oostenrijk haar voor enkele jaren met een vaste verbintenis. Ook de Weense Volksopera doet op haar beroep voor Der Zigeunerbaron (naast Peter Minich) met veel succes, maar ze blijft niet bij de pakken zitten, steekt de grens over naar Italië, waar ze lessen begint te nemen bij Ettore Campogalliani, de pedagoog van onder meer Renata Tebaldi en Carlo Bergonzi .Er volgt een auditie in de Scala te Milaan, de Gentse sopraan wordt aangeworven en kan verder studeren aan het Accademia della Scala, maar Graz heeft haar onder contract en lost dit niet zomaar in. Spijtig, na het voleindigen van haar verdere verplichtingen in Graz, ze is inmiddels ook moeder geworden van drie kinderen, beslist ze dichter bij huis te komen optreden. Het Centre Lyrique de Wallonie in Luik werft haar aan als vertolkster van de spinto partijen. Ze kent er triomfen in Un Ballo in Maschera en La Forza del Destino naast twee sterren van de Metropolitan te New York, namelijk Nicola Herlea en Barry Morell, ze zingt er tevens Andrea Chénier (in het Frans) met Alain Vanzo en Arabella van Richard Strauss met Julien Haas en Macbeth met Gilbert Dubuc.

Maar het is vooral in Gent en ook wel Antwerpen waar ze schitterende uitvoeringen bracht uit het meest uiteenlopend repertoire: de Marschallin in Der Rosenkavalier, Fidelio, Il Tabarro, Cavalleria, Mathis der Mahler, Tiefland, Tannhäuser, Damnation de Faust en in haar thuisstad Gent de onvergetelijke vertolkingen als Adriana Lecouvreur met haar wereldberoemde stadsgenote Rita Gorr, Francesca da Rimini, Manon Lescaut, Walküre, Die Tote Stadt van Erich Korngold en Magda Sorel in The Consul van Giancarlo Menotti, een rol die ze in New York is gaan instuderen. Het is in deze wereldstad dat ze na een auditie in Carnegie Hall, bij impresario Thea Dispecker, het mooiste compliment krijgt uit haar professioneel bestaan: “you did make some mistakes, just like Montserrat Caballé, but of course she is La Caballé.” Haar strafste prestatie ooit was op een zondag in KOGent, ‘s ochtends een concert in Feestzaal Vooruit, ‘s namiddags de première van La Forza del Destino en ‘s avonds de laatste vertoning van La Tosca – niet te geloven !!

Buiten de operascene trad ze ook op in Verdi’s Requiem, Britten’s War Requiem, De Schelde van Peter Benoit en Strauss’s Vier Letzte Lieder

Naar het einde van haar loopbaan toe deed ze het wat zachter aan met concert optredens tijdens het Festival van Vlaanderen, ook nog in de Brusselse Muntschouwburg in Les Troyens van Berlioz met Guy Chauvet, Der Fliegende Holländer, in Aix-en-Provence Onegin(met Peter Mattei, Guryakova en Semenchuk), Orphée aux Enfers en La Belle Hélène van Offenbach (waarmee ze optraden tijdens de Salzburger Festspiele in 2000) maar  ook producties voor de BRT televisie zoals o.a. Manon Lescaut, Don Carlos met José Van Dam en voor de RTBF zong ze Isolde, naast de Tristan van Claude Heater opgenomen aan de Belgische kust en in het Gravensteen te Gent, de videocassette hiervan is nog  steeds te koop in de USA. Maar ook musical stond op haar programma, zoals Bianca Castafiore in de musical Kuifje in de Zonnetempel en in werken van Kurt Weill en The Sound of Music met het Ballet van Vlaanderen. Tenslotte nog in 2014 op de al gezegende leeftijd van 78 jaar in Ghost Road, een theaterproductie van LOD met Viviane De Muynck, waarmee opvoeringen werden gebracht in binnen en buitenland en als allerlaatste werk een kortfilm, Passé met Luc De Bruycker en Koen Crucke in het Gents dialect. Tijdens de moeizame periode van de oprichting van de Vlaamse Opera, heeft ze dan ook een eigen operette gezelschap opgericht, Aruna. Tevens gaf ze les aan de Muziekacademie in Gent en ook privaat, waarbij een van haar leerlingen het maakte als solist te Bayreuth (nl William Van Der Heyden). Van Jacqueline Van Quaille kunnen we ook zeggen dat zij zowat de enige sopraan is die in alle operahuizen van België is opgetreden! Zes en vijftig jaar stond ze op scène, De Vlaamse diva inderdaad.

(Voor foto’s en een volledige rollenlijst verwijs ik naar het youtube programma van operanostalgia)

Freddy Verschaffel, Gent 16 oktober 2026